Wanneer onderwijs niet meer meebeweegt
Geschreven door
Architectuur Studio Wezenberg

Wat gebeurt er wanneer onderwijs blijft werken volgens structuren uit het verleden, terwijl kinderen leven in een radicaal veranderde wereld? Vanuit mijn achtergrond als architect kijk ik naar onderwijs als een systeem: ontworpen met goede intenties, maar steeds minder passend bij hoe kinderen vandaag leren, denken en groeien. In deze beschouwing reflecteer ik op talent, uniformiteit, inclusief onderwijs en mijn eigen ervaring met leren — en stel ik de vraag of het onderwijs zichzelf voldoende durft te vernieuwen.
Wanneer onderwijs niet meer meebeweegt
Een kind in onze directe omgeving bouwt met behulp van AI een app voor beeldende vorming.
Niet omdat het moet, maar omdat nieuwsgierigheid de drijfveer is. Omdat begrijpen hoe dingen werken plezier geeft. Omdat maken, combineren en experimenteren vanzelf gaan.
Op school krijgt hij te horen dat dit niet de opdracht was.
Of hij Google Sheets soms te moeilijk vindt.
Dat moment bleef hangen.
Niet vanwege dit ene kind — kinderen zijn veerkrachtig.
Maar omdat het iets blootlegt over hoe wij onderwijs hebben ingericht.
Onderwijs als gebouw
Als architect kijk ik beroepsmatig naar systemen. Naar structuren. Naar hoe mensen zich bewegen binnen een kader dat ooit met goede intenties is ontworpen, maar niet altijd meer aansluit op het huidige gebruik.
Een gebouw dat tientallen jaren geleden prima functioneerde, kan vandaag knellen. Niet omdat de gebruikers ‘lastig’ zijn geworden, maar omdat de wereld is veranderd. Technologie, tempo, manieren van werken en leren — alles is in beweging.
In de bouw weten we:
een systeem dat zich niet aanpast, verliest zijn waarde.
Of erger: het sluit mensen uit.
En toch accepteren we in het onderwijs een model dat opvallend weinig is veranderd, terwijl de samenleving waarvoor het opleidt fundamenteel anders is geworden.
Eén hoepel, veel verschillende kinderen
Wat steeds meer schuurt, is dat leerlingen langs dezelfde meetlat worden gelegd. Iedereen moet door hetzelfde hoepeltje kunnen springen. In hetzelfde tempo. Op dezelfde manier.
Maar we zijn niet allemaal gelijk.
Is dat niet juist de kern van inclusief onderwijs?
Dat verschillen er mogen zijn? Dat talenten uiteenlopen? Dat niet ieder brein op dezelfde manier leert, verwerkt of groeit?
Toch zien we een systeem waarin sommige vakken eenvoudigweg niet bij een leerling passen, maar wél verplicht, beoordeeld en ervaren moeten worden — vaak met frustratie, stress en een gevoel van tekortschieten als gevolg.
Niet omdat een leerling niet wil leren, maar omdat de vorm niet aansluit.
Van leren naar afrekenen
Wanneer een hele klas onvoldoende scoort voor een vak, wordt dat zelden gezien als een aanleiding om kritisch te kijken naar didactiek, opbouw of aansluiting. De focus verschuift al snel naar tempo, versnelling en prestaties.
Terwijl veel leerlingen nooit expliciet hebben geleerd hoe ze moeten leren. Ze hebben geleerd opdrachten uit te voeren en toetsen te maken, maar niet hoe je kennis opbouwt, verbanden legt of grip krijgt op je eigen leerproces.
Als architect zou ik zeggen:
we verwachten prestaties, maar hebben de constructie onvoldoende doordacht.
Angst als ontwerpfout
Wat daarbij opvalt, is hoe vaak angst een rol speelt. Angst voor achterstand. Angst voor niveaus. Angst om niet mee te komen.
Maar angst is een slechte ontwerper.
Systemen die primair sturen op controle en normering, creëren geen veilige ruimte om te leren. Zeker niet voor gevoelige, creatieve of vooruitdenkende leerlingen, die haarfijn aanvoelen wanneer hun manier van denken niet past binnen de vorm.
Een persoonlijke vertraging
Pas achteraf realiseer ik me dat ik zelf pas echt tot bloei kwam in het hoger onderwijs.
Niet vanwege het niveau, maar omdat het onderwijs anders was ingericht.
Thema’s in plaats van losse vakjes.
Samenhang in plaats van fragmentatie.
Ruimte om te denken, te onderzoeken en eigen verbanden te leggen.
Het voelde alsof ik eindelijk in een systeem terechtkwam dat niet vroeg om aanpassing, maar om betrokkenheid.
Waarom beginnen we daar pas zo laat mee?
Onderwijs als levend systeem
Goede architectuur is nooit af. Ze is adaptief. Ze groeit mee met gebruik, laat ruimte voor interpretatie en accepteert dat niet alles vooraf vastligt.
Wat als we onderwijs op dezelfde manier zouden benaderen?
Wat als we in de eerste jaren zouden beginnen met leren leren?
Wat als verschillen niet worden gladgestreken, maar serieus genomen?
Wat als talent geen afwijking is, maar het vertrekpunt?
Ik heb geen blauwdruk.
Maar één ding is duidelijk:
een systeem dat niet meebeweegt, verliest uiteindelijk de mensen waarvoor het bedoeld is.
En dat geldt — ongemakkelijk genoeg — ook voor onderwijs.